het borgen van het immaterieel cultureel erfgoed Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de

download het borgen van het immaterieel cultureel erfgoed Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de

of 210

  • date post

    19-Sep-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of het borgen van het immaterieel cultureel erfgoed Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de

  • h et b

    org en

    va n

    h

    et im m

    a terieel

    cu ltu

    reel erfg oed

    la sa

    u vega

    rd e d

    u

    p a

    trim oin

    e cu ltu

    rel im

    m a

    tériel

    sa fegu

    a rd

    in g

    in ta

    n gible

    cu ltu

    ra l h

    erita ge

    NL — Het beleid van de Vlaamse overheid voor het borgen van het immaterieel cultureel erfgoed FR — La politique de l’Autorité flamande pour la sauvegarde du patrimoine culturel immatériel EN — The Government of Flanders’ policy on safeguarding intangible cultural heritage

  • 3 — Het beleid van de Vlaamse overheid voor het borgen van het immaterieel cultureel erfgoed

    73 — La politique de l’Autorité flamande pour la sauvegarde du patrimoine culturel immatériel

    145 — The Government of Flanders’ policy on safeguarding intangible cultural heritage

  • 3

    Inhoud

    4 Inleiding 8 Visienota ‘Een beleid voor Immaterieel

    Cultureel Erfgoed in Vlaanderen’ 40 De inventaris Vlaanderen 55 A programm of cultivating

    Ludodiversity 60 Een faciliterend beleid – een netwerk

    van experten en een interactieve website met databank voor het borgen van het immaterieel cultureel erfgoed

    nl — Het beleid van de Vlaamse overheid voor het borgen van het immaterieel cultureel erfgoed

  • 4

    Inleiding —

    De drie gemeenschappen in België – de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap – zijn verantwoordelijk voor het cultuurbeleid in het eigen taalgebied. De Vlaamse en Franse Gemeenschap zijn daarenboven ook deels verantwoordelijk voor het cultuurbeleid in het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad. Die verantwoordelijkheid vertaalt zich in drie verschillende soorten cultuurbeleid, in eigen initiatieven en eigen beleidstrajecten die worden uitgezet. Op grote lijnen, maar ook voor soms heel specifieke dossiers moeten de drie gemeenschappen consensus zoeken. Dat gold bijvoorbeeld in 2006 voor het goed- keuren van de UNESCO conventie van 2003 voor het borgen van het immaterieel cultureel erfgoed maar geldt vandaag ook nog voor het voordragen van elementen immaterieel cultureel erfgoed voor de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid, voor de Lijst met elementen immaterieel cultureel erfgoed waarvoor dringend maatregelen genomen moeten worden of voor het Register van projecten of programma’s die het best de principes van de conventie uitdragen. In de Algemene Vergadering van de conventie of in het Intergouvernementeel Comité spreken de gemeenschappen met één stem. Standpunten worden vooraf afgetoetst en overeengekomen.

    Hoe elk van de drie Gemeenschappen de conventie leest, interpreteert en implemen- teert en waar klemtonen wel of niet worden gelegd behoort tot de autonomie van elke Gemeenschap.

    Deze publicatie schetst het traject dat de Vlaamse Gemeenschap volgde en nog steeds volgt bij de implementatie van de UNESCO conventie uit 2003 voor het borgen van het immaterieel cultureel erfgoed. We willen de lezer inzicht geven in dat traject. We hopen dat het traject dat de Vlaamse Gemeenschap heeft gevolgd inspirerend kan werken voor anderen.

  • 5

    Na de goedkeuring van de conventie in 2006 heeft de Vlaamse Gemeenschap een traject uitgezet en heeft ze een aantal initiatieven genomen. Grosso modo voerde ze een tweesporenbeleid. De Vlaamse Gemeenschap startte in 2008 met het opstellen van een inventaris voor het im- materieel cultureel erfgoed en het nomine- ren van elementen voor de Representatieve Lijst van UNESCO. In 2009 startte het agentschap Kunsten en Erfgoed van de Vlaamse overheid met het uittekenen van een mogelijk langetermijnbeleid voor het immaterieel cultureel erfgoed. Die oefening bestond uit een analyse van het bestaande beleidskader, het in kaart brengen van het tot op dat moment gevoerde beleid en het aanpassen ervan aan de conventie. Dit resulteerde in de visienota ‘een beleid voor immaterieel cultureel erfgoed in Vlaanderen’.

    De Vlaamse Gemeenschap hoefde niet van nul te beginnen. Er was een beleid voor volkscultuur dat eveneens aandacht had voor tradities, gewoontes, voor kennis en technieken die van generatie op generatie werden doorgegeven. Dat beleid steunde op een decreet uit 1998. Het Vlaams Centrum voor Volkscultuur (in 2008 gefusioneerd met Culturele Biografie Vlaanderen tot FARO. Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed vzw) mobiliseerde gedurende tien jaar de sector van de volkscultuur voor het integreren van nieuwe methodieken, nieu- we werkvormen, voor het verruimen van de eigen blik en het eigen werkterrein1. Tapis plein vzw, een organisatie gespecialiseerd in erfgoedparticipatie en gesubsidieerd door de Vlaamse overheid, sensibiliseerde in 2006 voor de Unesco-conventie met een rondreizende tentoonstelling, workshops voor jongeren en kinderen, een educatieve publicatie, gastcolleges en vormingssessies en een interactieve website. Het project un- touchable bereikte voornamelijk kinderen en jongeren en stelde hen kritische vragen over de betekenis van tradities, gewoonten of cultuuruitingen, kortom over immateri- eel cultureel erfgoed, en over wat ze graag willen doorgeven of wat ze belangrijk vin- den in wat ze kregen van vorige generaties.2

    In 2008 stemde het Vlaams Parlement een

    nieuw Cultureel-erfgoeddecreet waarin ‘im- materieel cultureel erfgoed’ als begrip werd opgenomen. Het Cultureel-erfgoeddecreet introduceerde in het erfgoedbeleid een an- der begrip dat ook voor het beleid voor im- materieel cultureel erfgoed een meerwaar- de kan betekenen: uit de Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdragen van cultureel erfgoed aan de samenleving uit 2005 (de kaderconventie van Faro, Portugal) werd het begrip ‘erfgoedge- meenschappen’ overgenomen. Het decreet definieert een erfgoedgemeenschap als volgt: “een erfgoedgemeenschap is een ge- meenschap die bestaat uit organisaties en/ of individuele personen die een bijzondere waarde hechten aan het cultureel erfgoed of specifieke aspecten ervan, en die het culturele erfgoed of aspecten ervan door publieke actie wil behouden en doorgeven aan toekomstige generaties.” Dit is een interessante definitie om het concept ge- meenschappen, groepen en individuen die betrokken zijn bij het immaterieel cultureel erfgoed te duiden en te kunnen vatten. De voedingsbodem voor een beleid voor immaterieel cultureel erfgoed was er, de concrete visie op hoe dat beleid er precies moest uitzien en welke richting het uit moest nog niet.

    Het starten met een Inventaris Vlaanderen voor Immaterieel Cultureel Erfgoed had voornamelijk een sensibiliserende func- tie voor de betrokken gemeenschappen, groepen en individuen. Het gaf kansen om de begrippen en het begrippenkader ingang te doen vinden in het erfgoedveld en in de maatschappij. Het maakte die groepen, gemeenschappen en individuen vertrouwd met de conventie. Het opende de deur naar UNESCO’s Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. Een opname in de Inventaris Vlaanderen voor het immaterieel cultureel erfgoed of op een lijst van UNESCO wordt namelijk als belangrijk aanzien. Het is deels een erkenning van een vaak jarenlange en belangeloze inzet van de groep, gemeen- schap en het individu. Het opgenomen zijn op een lijst heeft natuurlijk ook een economisch en toeristisch potentieel maar bovenal zou het de kansen om het im-

  • 6

    materieel cultureel erfgoed door te geven, moeten vergroten. Inventarissen en de internationale lijsten zijn dus geen doel op zich maar een middel om de doelstellingen van de conventie te bereiken: • “to safeguard the intangible cultural

    heritage; • to ensure respect for the intangible

    cultural heritage of the communities, groups and individuals concerned;

    • to raise awareness at the local, national and international levels of the importance of the intangible cultural heritage, and of ensuring mutual appreciation thereof;

    • to provide for international cooperation and assistance.”

    Net om de blik op deze doelstellingen open te houden is een globale visie of een globaal beleid nodig voor het borgen van het im- materieel cultureel erfgoed. Zo komen we uit bij de rationale van het traject dat in 2009 werd opgestart om te komen tot een visienota ‘een beleid voor immaterieel cultureel erfgoed’. Deze visie- nota moest op maat van het beleidskader in Vlaanderen worden ontwikkeld en ge- schreven. De visienota geeft de richting aan waarin het beleid – in overeenstemming met de UNESCO-conventie – evolueert en hoe de doelstellingen van de conventie in hun volledige rijkdom in beeld blijven. De visienota vormt het startpunt voor het im- plementeren van de principes van de con- ventie en vormt een toetsingskader voor de maatregelen die de Vlaamse Gemeenschap ontwikkelt of die in het cultureel-erfgoed- veld ontwikkeld worden voor het borgen van het immaterieel cultureel erfgoed.

    Door het schrijven van de visienota werd het debat binnen de Vlaamse Gemeenschap gevoerd en werden verschillende internati- onaal gevoerde discussies vertaald naar de context van de Vlaamse Gemeenschap. De visienota vertrekt uitdrukkelijk vanuit de UNESCO-conventie en de doelstellingen die daarin zijn geformuleerd. De principes van de conventie gelden als leidraad voor het beleid.

    Omdat de shift van ‘volkscultuur’ naar ‘im- m